Zinken - zweven - drijven (3)

Volume en dichtheid bepalen

Zoals je in het vorige hoofdstuk geleerd hebt, heb je het volume nodig om de dichtheid te berekenen.
Voor veel voorwerpen is het makkelijk om het volume te bepalen. Dit zijn de voorwerpen waar je de lengte, breedte en hoogte goed kunt meten.


Vraag 2

De gum op het plaatje hiernaast heeft een hoogte van 1,8 cm,
een breedte van 4 cm en een lengte van 7 cm.
Bereken het volume van de gum.



Helaas zijn er voorwerpen waarvan je de lengte, breedte en hoogte niet makkelijk kan meten met een centimeter. Dit zijn bijvoorbeeld ronde, kromme of niet massieve voorwerpen.

Nu horen we jullie hersens kraken: hoe moeten we het volume van deze voorwerpen bepalen?

Daar is iets op gevonden: "de onderdompelmethode".
Met de onderdompelmethode meet je hoeveel water een voorwerp wegduwt. De hoeveelheid water die het voorwerp weggeduwd heeft, staat gelijk aan het volume van het voorwerp.
Als je deze methode toe wilt passen heb je een maatbeker met een goede schaalverdeling en water nodig.
Je vult de maatbeker met water en je schrijft precies op tot hoever je hem gevuld hebt. Dan leg je het voorwerp wat je wilt meten in het water. Daarna noteer je hoe hoog het water nu staat. Uiteindelijk is het nog een simpel sommetje. De eindstand min de beginstand geeft als uitkomst het volume in cm3.
Hier kun je een demonstratie-video bekijken van de onderdompelmethode.

Vraag 3A

Zoek zelf een voorwerp vaarvan je het volume wil bepalen. Bepaal hiervan het volume en beschrijf hoe je dit aangepakt hebt.

Vraag 3B

Bepaal van het gekozen voorwerp nu de dichtheid. Beschrijf hoe je dit gedaan hebt.

Het is ook leuk om de dichtheid van jezelf te bepalen. Je massa kun je op de weegschaal zien en voor je volume gebruik deze onderdompelmethode.


Op naar ... deel 1 deel 2 deel 3 deel 4