Bouwmaterialen

Krachten op een vloer

De vloer in een huis wordt door de muren ondersteund. De muren moeten het eigengewicht van de vloer kunnen dragen, en van alles wat er op staat.
Vloeren buigen door. Het doorbuigen komt door het eigengewicht en wat er op de vloer staat. Daardoor ontstaan er duwkrachten aan de bovenkant van de vloer en trekkrachten aan de onderkant. De vloer moet berekend zijn op deze krachten.

Vraag 19

a) Waarop rust de vloer in een huis ?

b) Welke van de krachten in een vloer wordt door staaldraad of betonijzer opgevangen?





Ophangsystemen

Hiernaast zie je vier manieren om een schilderij op te hangen.

Vraag 20

a) Bedenk een nadeel van manier 1.
b) Bedenk een voordeel van manier 4.

Je gaat nu onderzoeken bij welke manier de spankracht in de draad het kleinst is. Dat doe je met een constructietekening.

c) Neem de vier ophangdraden en de spijkers uit de tekeningen over.

d) Teken een gewichtskracht van 50 N op de spijkers (25 N per spijker bij tekening 4). Neem 1 cm = 10 N.


e) Hoe groot is de spankracht in de draad bij tekening 1 ?

f) Ontbind de krachten bij de tekeningen 2, 3 en 4 met een constructie. Bepaal de spankracht in de draden.

g) Beantwoord nu de onderzoeksvraag.



Hijskraan

Vraag 21

a) Waaraan kun je in de tekening al zien dat de hijskraan sterk is ?

b) Wijs drie plaatsen aan waar een trekkracht werkt.

c) Zijn er ook plaatsen waar een duwkracht werkt ?

d) Aan de hijskraan hangt een last van 6750 N. De afstand tot het draaipunt is 5,5 m. Bereken het moment van de zwaartekracht.

e) Het contragewicht hangt 2,5 m van het draaipunt. Hoe zwaar moet het contragewicht zijn om evenwicht te maken met de last ?





Samenvatting

en nu heerlijk hijsen ... Bij veel constructies is er sprake van duw- en trekkrachten.
Je moet weten of je met touwen, balken, kabels etc. duwkrachten en/of trekkrachten kunt overbrengen.
Je moet met de momentenwet kunnen rekenen (zie opgave 21 d en e).